Egypte is een uitgestrekt woestijnland waar de zon vrijwel altijd schijnt, maar de temperaturen schommelen extreem tussen de seizoenen. Wie de hitte wil vermijden, plant een reis in de winter of het vroege voorjaar. Reis je in hartje zomer, dan is het binnenland vaak ondragelijk heet en verplaatst het leven zich naar de kustlijn van de Rode Zee. De juiste timing bepaalt voor een groot deel hoe je een rondreis door Egypte ervaart en of je de indrukwekkende tempels in alle rust of puffend in de volle zon bekijkt.
Klimaat per seizoen
Het Egyptische klimaat kent eigenlijk maar twee echte seizoenen: een milde winter en een zeer hete zomer. De korte overgangsperiodes in het voor- en najaar bieden vaak het beste van twee werelden.
In de lente, van maart tot en met mei, warmt het land snel op. De temperaturen zijn overdag aangenaam tot warm, wat het een uitstekende periode maakt voor een rondreis. Wel heb je in maart en april kans op de Khamsin. Dit is een droge, hete woestijnwind die flinke zandstormen kan veroorzaken, waardoor de lucht dagenlang geel kleurt en vluchten of busritten soms vertraging oplopen.
De zomer loopt van juni tot en met augustus en is meedogenloos heet. In het zuiden van het land tikt de thermometer met gemak de 40 tot 45 graden aan. Er valt geen druppel regen en de zon brandt onafgebroken. Voor een culturele rondreis is dit seizoen fysiek zwaar, maar voor duikers en strandgangers aan de Rode Zee is het door de constante zeewind goed uit te houden.
De herfst, van september tot en met november, is misschien wel de meest aangename periode om Egypte te bezoeken. De extreme zomerhitte ebt weg, maar de avonden zijn nog heerlijk zwoel. Het zeewater is na de lange zomer opgewarmd, wat ideaal is voor snorkelen en duiken.
De winter beslaat de maanden december tot en met februari. Overdag liggen de temperaturen rond een comfortabele 20 tot 25 graden. Zodra de zon ondergaat, koelt het echter razendsnel af. In de woestijn en in steden als Caïro kan de temperatuur 's nachts dalen tot een graad of 8. Een warme trui of jas is in deze maanden absoluut geen overbodige luxe.
Hoog- en laagseizoen
Het hoogseizoen in Egypte loopt van oktober tot en met april, met een absolute piek rond de kerstvakantie en de maand januari. Europeanen ontsnappen in deze periode massaal aan de kou. Dit betekent dat bekende bezienswaardigheden zoals de piramides van Gizeh en de tempels in Luxor drukbezocht zijn. Hostels en budgethotels zitten sneller vol en de prijzen voor accommodaties en tours liggen aanzienlijk hoger dan in de rest van het jaar.
Reis je tijdens de kerst- of voorjaarsvakantie? Leg dan de nachttrein tussen Caïro en Aswan, evenals populaire hostels in steden als Luxor en Dahab, ruim van tevoren vast. Buiten deze piekweken om kun je als backpacker vaak prima ter plekke je vervoer en slaapplek regelen.
Het laagseizoen valt in de snikhete zomermaanden, van juni tot en met augustus. Veel backpackers mijden de hitte, waardoor je tempels soms bijna voor jezelf hebt. Prijzen voor accommodaties dalen flink en afdingen op tours of Nijlcruises gaat een stuk makkelijker. Houd er wel rekening mee dat de kustplaatsen aan de Rode Zee en de Middellandse Zee in de zomer juist wél druk zijn, voornamelijk met Egyptenaren en reizigers uit de Golfstaten die de steden ontvluchten.
De schouderseizoenen in de maanden maart, april, oktober en november bieden de beste balans. Het is overal net wat rustiger dan in de winter, de prijzen zijn redelijk en het weer is warm maar beheersbaar.
Beste reistijd per activiteit
De ideale reisperiode hangt sterk af van wat je precies wilt doen. Voor het bezoeken van tempels, tombes en piramides zijn de winter en de schouderseizoenen veruit de beste keuze. Activiteiten in de buitenlucht, zoals dwalen door de Vallei der Koningen of een fietstocht maken op de Westbank van Luxor, zijn in de zomer fysiek uitputtend.
Voor duiken en snorkelen in de Rode Zee kun je vrijwel het hele jaar in Egypte terecht. Toch zijn de herfst en het late voorjaar favoriet. In de winter kan de harde wind het water verraderlijk koud doen aanvoelen als je met natte haren op een boot staat, terwijl de zomermaanden onder water prachtig zijn maar boven water erg heet.
Een tocht op een felucca (een traditionele zeilboot) over de Nijl is het meest comfortabel tussen oktober en april. Omdat je op het dek slaapt, is een goede slaapzak in december en januari wel een vereiste. Voor woestijnexpedities, zoals een trip naar de Witte en Zwarte Woestijn, zijn het vroege voorjaar en het najaar perfect. In de zomer is de woestijn overdag gevaarlijk heet, terwijl de nachten in de winter juist ijzig koud zijn.
Slechte reistijd
Echt onbegaanbaar wordt Egypte nooit, maar juli en augustus zijn voor een klassieke backpackroute langs de Nijl sterk af te raden. De hitte in steden als Luxor en Aswan is in deze maanden overweldigend. Het dwingt je om je ritme drastisch aan te passen: bezienswaardigheden bezoek je direct bij zonsopgang, waarna je de rest van de dag noodgedwongen in de schaduw of in ruimtes met airconditioning doorbrengt.
Onderschat de zomerzon in Opper-Egypte (het zuiden) niet. In de Vallei der Koningen is vrijwel geen schaduw en de rotsen stralen de hitte meedogenloos terug. Zonnesteken en uitdroging komen hier onder reizigers in de zomermaanden regelmatig voor.
Daarnaast is de periode rond de ramadan iets om rekening mee te houden. Dit is geen slechte reistijd, maar het vraagt wel om flexibiliteit. Het openbare leven vertraagt aanzienlijk, veel lokale eethuisjes zijn overdag gesloten en openingstijden van bezienswaardigheden worden vaak ingekort. De exacte datum van de ramadan schuift elk jaar ongeveer elf dagen naar voren.
Regionale verschillen
Het noorden van Egypte, waaronder Caïro en de havenstad Alexandrië, heeft een mediterraan klimaat. De zomers zijn hier heet en benauwd door de hoge luchtvochtigheid. In de winter is het koeler en valt er af en toe een flinke regenbui. Alexandrië kan in januari en februari zelfs behoorlijk guur en winderig zijn.
Opper-Egypte, de regio in het zuiden waar Luxor, Aswan en Abu Simbel liggen, kent een puur woestijnklimaat. Regen is hier een absolute zeldzaamheid. De lucht is kurkdroog, wat de extreme hitte in de zomer net iets draaglijker maakt dan de klamme hitte in Caïro. In de winter is dit deel van het land overdag de meest aangename plek van Egypte.
De kustlijn van de Rode Zee, met bekende backpackershubs als Dahab en Hurghada, profiteert het hele jaar door van een verkoelende zeewind. Zelfs in hartje zomer voelt het hier minder verstikkend aan dan in het binnenland. In de wintermaanden zorgt diezelfde wind er echter voor dat je 's avonds echt een trui nodig hebt op het terras.
De Westelijke Woestijn, waar oases zoals Siwa en Bahariya liggen, kent de grootste temperatuurschommelingen. Hier regeert het extreme contrast: in de zomer brandt de zon ongenadig, terwijl het kwik in de winternachten richting het vriespunt kan duiken.



