De immense schaal van Australië dicteert je reisritme en budget meer dan in welk ander land dan ook. Vervoer is hier geen bijzaak, maar een cruciaal onderdeel van het avontuur, waarbij een ‘kort stukje’ rijden al snel gelijkstaat aan de afstand van Amsterdam naar Parijs. Of je nu zweert bij de absolute vrijheid van een eigen gekochte camper, de snelheid van binnenlandse vluchten of het uitgestippelde pad van de beruchte langeafstandsbussen, de infrastructuur voor reizigers is extreem goed gefaciliteerd. De grootste valkuil is echter het onderschatten van de afstanden en de kosten die gepaard gaan met het doorkruisen van een heel continent.
Openbaar vervoer
Het openbaar vervoer in Australië kent twee gezichten. Binnen de grenzen van de grote steden (zoals Sydney, Melbourne, Brisbane en Perth) is het systeem modern, efficiënt en dekt het vrijwel elke uithoek van de metropool. Zodra je echter de stedelijke gebieden verlaat en de regionale binnenlanden of de outback in trekt, houdt het openbaar vervoer vrijwel onmiddellijk op te bestaan.
In de steden reis je voornamelijk met treinen, bussen, trams en veerboten. Elke staat heeft zijn eigen vervoersnetwerk en een eigen betaalsysteem; er is geen landelijke ov-chipkaart. In New South Wales (Sydney) gebruik je het Opal-systeem, in Victoria (Melbourne) is de Myki-kaart verplicht, en in Queensland (Brisbane) reis je met een Go Card.
Tegenwoordig kun je in veel steden, zoals Sydney en Brisbane, ook simpelweg in- en uitchecken met je contactloze bankpas of creditcard. Dit bespaart je de aanschaf van een losse plastic ov-kaart. In Melbourne loopt men hierin iets achter en ben je vooralsnog verplicht om fysiek een Myki-kaart aan te schaffen en op te laden, of gebruik te maken van Mobile Myki op een Android-telefoon. Zwartrijden is in Australische steden een bijzonder slecht idee. Er wordt veel gecontroleerd door zogenaamde ’transit officers’ en de boetes bedragen al snel enkele honderden dollars.
Lange afstanden
Omdat steden en bezienswaardigheden vaak honderden of zelfs duizenden kilometers uit elkaar liggen, ontkom je er niet aan om lange afstanden te overbruggen. De manier waarop je dit doet, heeft een enorme impact op je ervaring en je portemonnee.
Binnenlandse vluchten
Voor de echt grote afstanden – zoals van de oostkust naar de westkust (Sydney naar Perth) of van het zuiden naar het diepe noorden (Melbourne naar Darwin) – is vliegen de enige logische optie als je geen maanden de tijd hebt. De binnenlandse luchtvaartmarkt wordt gedomineerd door Qantas en Virgin Australia (de duurdere, full-service maatschappijen) en Jetstar (de low-cost dochteronderneming van Qantas). Jetstar is voor backpackers vaak de beste keuze, met spotgoedkope vluchten als je ruim van tevoren boekt. Houd er wel rekening mee dat bij budgetmaatschappijen ruimbagage nooit is inbegrepen. De weging van handbagage aan de gate is in Australië berucht en genadeloos streng; weegt je kleine tas meer dan 7 kilo, dan betaal je direct een forse boete.
Langeafstandsbussen
De oostkust van Australië is het domein van de langeafstandsbussen. Greyhound Australia is de absolute gigant op dit gebied. Hun rode bussen rijden een ononderbroken route van Melbourne helemaal omhoog tot aan Cairns, en zelfs dwars door de outback naar Darwin. De bussen zijn comfortabel, voorzien van airconditioning, usb-oplaadpunten en (vaak trage) wifi. Het is een extreem populaire manier van reizen voor solo backpackers, omdat je in de bus en bij de haltes razendsnel andere reizigers ontmoet die dezelfde route afleggen. Een goedkoper, maar minder frequent rijdend alternatief aan de oostkust is Premier Motor Service. Deze bussen stoppen op iets minder plekken, bieden minder luxe, maar zijn aanzienlijk vriendelijker voor een krap budget.
Treinen
In tegenstelling tot Europa of Japan, is het treinnetwerk in Australië niet gebouwd voor snel passagiersvervoer tussen grote steden. Reizen met de langeafstandstrein is hier eerder een luxe-ervaring of een specifieke bewuste keuze. De bekendste treinen zijn transcontinentaal: de Indian Pacific (van Sydney via Adelaide naar Perth) en de The Ghan (van Adelaide naar Darwin). Dit zijn epische, meerdaagse treinreizen dwars door de meedogenloze outback, maar de tickets zijn peperduur en vallen ver buiten een normaal backpackersbudget. Aan de oostkust rijdt wel de XPT (Express Passenger Train) tussen Sydney, Melbourne en Brisbane. Deze treinen zijn betrouwbaar en soms concurreren ze qua prijs met vliegen, al ben je wel vele uren langer onderweg.
Lokaal vervoer
Binnen de toeristische knooppunten en steden zijn er slimme manieren om je lokaal en goedkoop te verplaatsen. Veel steden investeren in gratis vervoer om het centrum autoluw te maken en toeristen te stimuleren bezienswaardigheden te bezoeken.
Melbourne is de trotse eigenaar van het grootste tramnetwerk ter wereld en heeft een briljante ‘Free Tram Zone’ in het centrale zakendistrict (CBD). Zolang je binnen dit duidelijk gemarkeerde gebied blijft, is elke rit met de tram volledig gratis en hoef je niet in te checken. Zodra de tram de zone verlaat, wordt er direct omgeroepen dat je alsnog moet betalen. Brisbane heeft een vergelijkbaar concept op het water met de ‘CityHopper’, een kleine, rode veerboot die de hele dag gratis pendelt tussen de belangrijkste punten langs de Brisbane River.
Het huren van elektrische deelsteps (e-scooters) van merken als Neuron en Lime is in veel Australische steden een ware rage. Ze staan op elke straathoek en je activeert ze eenvoudig via een app.
In heel Australië geldt een zeer strikte helmplicht voor zowel fietsers als e-step gebruikers. Waar dit in Europa vaak wordt gedoogd, is de Australische politie meedogenloos. Rijd je op een deelfiets of e-step zonder de helm die er (vaak met een slotje) aan vastzit, dan riskeer je een boete van meer dan 300 dollar.
Taxi’s
De traditionele Australische taxi’s met hun opvallende kleuren (vaak geel of wit-blauw) zijn zwaar gereguleerd en extreem prijzig. Als backpacker zul je deze zelden tot nooit gebruiken, tenzij het laat in de nacht is en er geen andere opties zijn in een kleine regionale stad.
Ridesharing is in Australië de norm geworden. Uber domineert de markt en is vrijwel overal beschikbaar, zelfs in middelgrote plattelandsdorpen. Toch is het verstandig om ook de app van DiDi te downloaden. DiDi hanteert vaak lagere tarieven dan Uber en deelt regelmatig agressieve kortingscodes uit om marktaandeel te winnen, wat ritten van en naar de luchthaven of het hostel aanzienlijk goedkoper maakt. Vrijwel alle grote Australische luchthavens hebben tegenwoordig speciaal ingerichte, duidelijk aangegeven ‘Rideshare Pickup Zones’ waar je na aankomst direct in je Uber of DiDi kunt stappen.
Huurvervoer
Het ultieme gevoel van vrijheid in Australië ervaar je met een eigen set wielen. Zelf rijden betekent dat je niet afhankelijk bent van busroosters, dat je in nationale parken kunt overnachten en de obscure verborgen parels kunt bereiken.
Een camper of auto huren
Voor reizigers die korter dan drie maanden in Australië zijn, is huren de veiligste en meest praktische optie. Bedrijven als Jucy, Spaceships, Travellers Autobarn en Apollo domineren de wegen met hun opvallend bestickerde busjes en campers. Je kunt kiezen uit simpele stationwagens met een matras achterin tot volledig uitgeruste motorhomes met douche en toilet. Houd bij het vergelijken van prijzen altijd rekening met de verzekering. De standaard basisprijs lijkt vaak laag, maar om je eigen risico (de ‘bond’, die soms oploopt tot 5000 dollar en geblokkeerd wordt op je creditcard) af te kopen, betaal je vaak tientallen dollars per dag extra. Daarnaast rekenen vrijwel alle verhuurders een flinke ‘one-way fee’ als je het voertuig in een andere stad inlevert dan waar je het hebt opgehaald.
Relocation deals
Voor backpackers met een uiterst flexibel schema en een strak budget is het fenomeen ‘relocation’ de heilige graal van het autohuren. Verhuurbedrijven hebben continu voertuigen nodig in andere steden. Als een camper in Sydney staat maar eigenlijk in Brisbane is geboekt, zoeken ze reizigers die deze camper voor hen willen terugrijden. Via websites zoals Transfercar of Imoova kun je deze voertuigen boeken voor tarieven variërend van 1 tot 5 dollar per dag, waarbij soms zelfs een tank brandstof wordt vergoed. De catch? Je krijgt een strikte tijdslimiet om de afstand af te leggen (bijvoorbeeld drie dagen voor de rit Sydney – Brisbane), waardoor je veel moet rijden en weinig tijd hebt voor uitgebreide sightseeing.
Een voertuig kopen
Ben je een jaar of langer in het land (bijvoorbeeld op een Working Holiday Visum), dan is het kopen van een eigen auto of campervan op de lange termijn veel goedkoper dan huren. De handel in tweedehands backpackersbusjes is gigantisch via Facebook Marketplace, Gumtree of speciale parkeerplaatsen in steden zoals het Kings Cross Car Market in Sydney.
Het kopen van een auto vereist echter kennis van de bureaucratische valkuilen per staat. De registratie van een voertuig (in Australië altijd ‘rego’ genoemd) verschilt overal.
Probeer een auto of camper te kopen met een kentekenplaat uit Western Australia (WA). Dit is de enige staat in Australië waar je de verkoop en overschrijving van het voertuig volledig online kunt regelen, ongeacht in welke staat je je op dat moment bevindt. Bovendien vereist WA geen periodieke, verplichte technische keuring. Dit scheelt enorm veel tijd, geld en bureaucratische rompslomp.
Koop je een auto geregistreerd in staten zoals Victoria (VIC) of Queensland (QLD), dan moet de auto bij verkoop altijd voorzien zijn van een recent Roadworthy Certificate (RWC). Dit is een strenge veiligheidskeuring. Zonder dit certificaat kun je de auto niet legaal op jouw naam zetten, wat de verkoop aan het einde van je reis aanzienlijk moeilijker maakt.
Rijd in de outback en op regionale wegen nooit tussen zonsondergang en zonsopkomst. Dit is het moment waarop kangoeroes, emoes en koeien massaal actief worden en de weg oversteken. Een aanrijding met een volwassen kangoeroe bij honderd kilometer per uur verwoest je huurauto, laat je stranden in ’the middle of nowhere’ en is levensgevaarlijk. Om deze reden verbieden vrijwel alle camperverhuurders nadrukkelijk om in het donker te rijden buiten de bebouwde kom.
Kortingspassen
Als je kiest voor het openbaar vervoer, zijn er diverse passen die de kosten flink kunnen drukken.
Voor reizigers die de oostkust met de bus doen, is de Greyhound Whimit Pass de standaardkeuze. In tegenstelling tot traditionele tickets die van punt A naar B gaan, is de Whimit-pas gebaseerd op tijd (bijvoorbeeld 15, 30 of 60 dagen). Binnen de geldigheidsduur van je pas mag je onbeperkt in- en uitstappen op het hele netwerk van Greyhound en mag je in elke gewenste richting reizen. Dit geeft enorme flexibiliteit; als het regent in een kustdorp, spring je simpelweg in de bus naar de volgende bestemming zonder extra te betalen.
Binnen de steden profiteer je als backpacker optimaal als je de limieten van de ov-kaarten begrijpt. De Opal-kaart in Sydney heeft bijvoorbeeld dagelijkse en wekelijkse ‘caps’. Zodra je op een doordeweekse dag een bepaald bedrag hebt uitgegeven, is de rest van het vervoer die dag gratis. Het ultieme backpackersvoordeel vindt plaats op zon- en feestdagen. Op deze dagen is de maximale limiet in heel New South Wales kunstmatig laag gehouden. Dit betekent dat je voor slechts een paar dollar niet alleen onbeperkt door Sydney kunt reizen, maar ook de trein kunt pakken naar verafgelegen plekken zoals de Blue Mountains of Newcastle, en inclusief de wereldberoemde, anders prijzige veerboot naar Manly kunt nemen. Dit vereist wat planningsvermogen, maar bespaart je tientallen dollars per weekend.




