Eten & drinken

Argentinië is voor veel reizigers een culinaire openbaring, en niet alleen vanwege het vlees. De eetcultuur hier draait om samenzijn, ritme en trots op eigen tradities. Of je nu aanschuift bij een eenvoudige parrilla op...

Eten & drinken

Argentinië is voor veel reizigers een culinaire openbaring, en niet alleen vanwege het vlees. De eetcultuur hier draait om samenzijn, ritme en trots op eigen tradities. Of je nu aanschuift bij een eenvoudige parrilla op de hoek of rondloopt op een marktkraampje in Salta: eten is hier nooit iets bijzonders dat je erbij neemt, het is onderdeel van hoe het land werkt.

Lokale specialiteiten

Argentijns vlees heeft een reputatie die het land al decennialang vooruitloopt, en die is grotendeels verdiend. Een asado is meer dan een barbecue: het is een sociale gebeurtenis waarbij de asador urenlang wacht, draait en oordeelt over de juiste gaarheid. Als backpacker kom je dit ritueel niet in een restaurant mee, maar je kunt er dicht bij in de buurt komen via een parrilla – een grill-restaurant dat bijna elke straat in elke stad heeft. Lomo, vacío, chorizo, morcilla: de kaart leest als een slagerscatalogus, en de porties zijn navenant. Een groot stuk vlees met een salade uit de bar en een glas rode wijn is hier een alledaagse maaltijd, geen luxe-uitje.

Empanadas verdienen een eigen alinea. Elke provincie heeft zijn eigen variatie: in Salta worden ze met aardappel en ei gevuld, in Tucumán kleiner en scherper gekruid, in Buenos Aires wat groter en met oliva (olijf) als smaakmaker. Ze zijn goedkoop, snel, overal verkrijgbaar en goed te eten terwijl je loopt. Zes empanadas voor een prikje is een volledige lunch die je ook als budgetreiziger gemakkelijk trekt.

Milanesa is de Argentijnse versie van een gepaneerd stuk vlees, gegrild of gebakken, en het is het dagelijkse eten van miljoenen Argentijnen. Milanesa napolitana – met tomatensaus en gesmolten kaas – is zwaarder en populairder. In een bodegón, een oud-school buurtrestaurant zonder toeristendecor, kost een milanesa met friet en frisdrank weinig en is de portie belachelijk groot. Dit is waar locals lunchen, niet waar ze toeristen verwachten.

Dulce de leche zit overal. In alfajores, op toast, als vulling in facturas (gebakjes), als laag in ijs. Argentinië beschouwt dulce de leche als zijn nationale trots en is niet bescheiden over die claim. Facturas zijn de lokale term voor het zoete gebak dat je 's ochtends koopt bij een panadería; ze zijn goedkoop, calorierijk en onmisbaar als ontbijtpraktijk.

Pizza en pasta

Argentinië heeft door de massale immigratie uit Italië een sterke pizza- en pastatraditeit opgebouwd die los staat van Europa. Buenos Aires heeft meer pizzeria's per inwoner dan bijna elke andere stad ter wereld. Argentijnse pizza is dikker, voller belegd en vaak zonder tomatensaus in de Fugazzeta-stijl: alleen ui en kaas, soms met ham. Het is geen Italiaanse pizza, maar het is zijn eigen ding en goed. Pasta wordt in veel restaurants vers gemaakt en is een standaard dagmenu-optie in de meeste buurten buiten toeristische gebieden.

Locro en regionale gerechten

In het noorden en in de Andesregio verandert de keuken merkbaar. Locro is een dikke stoofpot van maïs, bonen, vlees en huid die je in het veld na een wandeldag aanzet als thermoskan maar dan beter. In Jujuy en Salta eet je humita (een soort mais-tamale in maisvlies gewikkeld), tamales, en mazamorra. Dit zijn gerechten die bijna niet voorkomen in Buenos Aires maar die een heel ander, Andesgebonden deel van de Argentijnse keuken laten zien. Als je alleen Buenos Aires bezoekt, mis je een groot deel van wat Argentinië culinair in huis heeft.

Drank & alcohol

Mate is de nationale drank en het drinken ervan is een ritueel, geen gewoonte. Een kalebas gevuld met yerba mate-bladeren, heet water erover, en een metalen rietje: zo ziet een mate eruit. Locals dragen hun termo (thermoskan) en mate-set mee en drinken de hele dag. Als je door iemand wordt uitgenodigd om mee te drinken, is dat een daad van vertrouwen en vriendelijkheid. Je drinkt in ronde, de kalebas gaat de kring rond, en je zegt gracias pas als je echt klaar bent – anders krijg je de volgende ronde. Mate is bitter en niet meteen te waarderen, maar het hoort bij Argentinië zoals koffie bij Nederland hoort.

Malbec is de meest bekende wijn van het land en Mendoza is het epicentrum. Argentijnse wijn is van hoge kwaliteit en relatief betaalbaar. In supermarkten koop je een fatsoenlijke fles voor weinig; in restaurants is huiswijn per karaf of pitcher gebruikelijk en goedkoop. Torrontés, een witte druivensoort uit de Calchaquí-valleien, is minder bekend maar uitstekend en de moeite waard.

Cerveza is alomtegenwoordig. Quilmes is het meest nationaal, een lichte lager die in elk kiosk en elke bar te vinden is. Lokale craft beer groeit snel, met Bariloche als onofficieel centrum: de bierscène daar heeft inmiddels nationaal aanzien. Fernet met Cola – fernet is een bittere Italiaanse likeur – is het populairste drankje onder jongeren in Argentinië en je kunt het niet begrijpen totdat je het twee keer hebt gehad.

Clericó is een wijnpunch met fruit die je in de zomer tegenkomt. Licuados zijn fruitsmoothies die in kleine cafés overal worden gemaakt, snel en goedkoop. Voor non-alcoholische opties: Argentijnse koffie is over het algemeen niet sterk en eerder in de richting van een lungo dan een espresso, maar in Buenos Aires en grotere steden vind je inmiddels goede specialty coffee.

Koop je eigen mate-set en een thermoskan op een mercado of ferretería en sla je eigen yerba in bij een supermarkt. Mate zelf zetten is spotgoedkoop en je drinkt het de hele dag mee. In de buurt van bushaltes en parken is het ook een makkelijke manier om met locals in gesprek te raken.

Waar eten locals?

De sleutelregel is eenvoudig: hoe dichter bij het toeristisch circuit, hoe duurder en hoe minder representatief. Locals eten in bodegones, tentenempanada's (straatkraampjes of kleine zaakjes) en comedores – simpele eetkamers zonder menu-kaart in het English, waar de dagschotel op een krijtbord staat en de portie ruim is. Het almuerzo ejecutivo of menú del día is de goedkoopste manier om goed te eten in een restaurant: een vaste lunch met soep of voorgerecht, hoofdgerecht en dessert voor een vaste prijs. In weinig touristy buurten zoals Floresta of Mataderos in Buenos Aires kost zo'n menu significant minder dan in Palermo.

Markten zijn een aparte categorie. De Mercado de San Telmo in Buenos Aires is inmiddels meer toeristisch dan lokaal, maar de hal ernaast en de straten eromheen zijn dat niet. In Mendoza is de Mercado Central goed. In Salta lopen locals langs dezelfde stalletjes als toeristen, wat de prijzen redelijk houdt. Op markten eet je goed, snel en dicht bij waar de producten vandaan komen.

Supermarkten zijn ook bruikbaar als eetplek: Argentinië heeft een groot assortiment aan ready-to-eat producten, goede kaas, vleeswaren en gebak. Rotisseries – winkels die kant-en-klaar eten verkopen voor de oven of direct consumptie – zijn verspreid door woonwijken en altijd goedkoper dan restaurants.

Hygiëne & veiligheid

In Argentinië is de voedselveiligheid in vergelijking met andere Zuid-Amerikaanse landen vrij goed, maar dat betekent niet dat je nergens op hoeft te letten. Straateten van drukke, goed bezochte kraampjes is doorgaans geen probleem; een empanada op een stil hoekje in de buitenwijken met weinig klanten is een ander verhaal. Kijk of er aanloop is. Een locro of stoofgerecht dat urenlang in de warmte heeft gestaan op een markt kan ook problemen geven.

Rauw vlees in de Argentijnse keuken bestaat nauwelijks: vlees wordt hier doorgaans goed doorbakken. Carpaccio en rauw vlees zijn eerder uitzondering dan regel. Saladebars in goedkopere restaurants kunnen variabel zijn wat betreft hygiëne, met name buiten grotere steden. Fruit en groenten schillen of wassen heeft hier minder prioriteit dan in tropische gebieden, maar op druk bezochte markten is voorzichtigheid altijd verstandig.

Voedselvergiftiging is niet zeldzaam, maar ook niet de regel. Klachten rond zeevruchten zijn het meest gemeld in kustplaatsen buiten het seizoen – buiten Buenos Aires, Ushuaia en Mar del Plata is het aanbod aan vis en schaaldieren minder vers dan het eruitziet.

Dieetwensen

Vegetarisch reizen in Argentinië is mogelijk maar vereist oefening. Het land is opgebouwd rond vlees, en de term "vegetarisch" wordt door een deel van de bevolking geïnterpreteerd als "zonder rood vlees, kip is prima". In grotere steden – Buenos Aires, Mendoza, Córdoba, Rosario – zijn er goede vegetarische en veganistische restaurants, soms met indrukwekkende kaarten. Buiten die steden wordt het dunner. In Patagonië en de Andesdorpen is de keuze beperkt: een salade, pasta of milanesa de soja (sojavlees) zijn dan de opties. De sojavlees-milanesa is trouwens beter dan hij klinkt en op veel plekken verkrijgbaar.

Veganistisch reizen is lastiger: dulce de leche en kaas zitten overal, ook in schijnbaar neutrale producten. In Buenos Aires is er een sterke plantaardige scene, maar buiten de stad wordt het snel creatief navigeren.

Glutenvrij is een begrip dat langzaam doordringt, maar in landelijke gebieden en kleine stadjes geen gangbaar begrip is. Kruis-contaminatie in panadería's is vrijwel zeker. Als je serieuze coeliakie hebt, plan dan zorgvuldig en kook zo mogelijk zelf in hostels met keuken.

Halal-voedsel is buiten Buenos Aires nauwelijks te vinden. In Buenos Aires zijn er kosjere restaurants in de Belgrano-wijk vanwege de grote Joodse gemeenschap, maar halal-opties zijn schaars. Reizigers met strikt halal-dieet doen er goed aan van tevoren te zoeken naar specifieke restaurants in de stad die ze bezoeken.

In Argentinië worden maaltijden laat gegeten. Lunch is pas rond 13:00–14:00 uur, avondeten vaak pas na 21:00 uur en in Buenos Aires regelmatig na 22:00 uur. Als je eerder aankomt, loop je kans dat een restaurant simpelweg nog niet open is of dat je als enige gast zit. Pas je ritme daarop aan als je lokaal wilt eten.

Veiligheid voor vrouwen

Eten buiten als vrouw solo is in Argentinië in de meeste steden en gebieden normaal en probleemloos. In restaurants word je zonder wenkbrauwen te fronsen alleen aan een tafel gezet. Terrassen, markten en lunchrooms zijn overdag goed bruikbaar. 's Avonds laat, bij bars en restaurantstraten, is het gebruikelijk om kort op je omgeving te letten zoals je dat in elke grotere stad zou doen.

Op drukke eetmarkten of bij straatkraampjes in de avond is het soms wat hectischer. Niet gevaarlijk als zodanig, maar een rugzak voor je houdt en een bewuste houding houden is niet overdreven. Aanbiedingen van mannen bij drankgelegenheden om "gezellig iets te drinken" zijn soms vriendelijk bedoeld en soms niet: vertrouw je eigen inschatting daarin.